KAMERVOORSTEL INZET RE-INTEGRATIE TWEEDE SPOOR

In de brief van 22 december 2016 licht minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de werking van de inzet van re-integratie tweede spoor toe. Maar ook hoe de effectiviteit van re-integratie tweede spoor verder kan worden verbeterd.

In de brief van 21 april 2016 heeft de minister aangekondigd dat het wel of niet inzetten van een tweede spoor traject de keuze van werkgever en werknemer wordt, op advies van de bedrijfsarts. Dit wordt vastgelegd in een plan van aanpak. Indien dit plan van aanpak wordt gevolgd, zou dit niet leiden tot een loonsanctie.

Prikkel tot re-integratie

Onderzoek toont aan dat inzet van tweede spoor begeleiding instroom in de WIA voorkomt. Ruim een derde van de medewerkers wordt herplaatst, hetzij in het eigen of aangepast werk, hetzij bij een nieuwe werkgever. Succesvolle re-integratie heeft effect op de kosten voor werkgevers gedurende de loondoorbetalingsperiode en op de kosten tijdens de WGA-periode. Wanneer u eigen risicodrager bent, voelt u gedurende twaalf jaar de prikkel om de (voormalig) medewerker succesvol te laten re-integreren. Indien u verzekerd bent bij het UWV, voelen alleen de grote werkgevers deze prikkel. Bent u een kleine werkgever, dan worden de premies van de WGA-uitkeringen sectoraal bepaald.

Geen RIV toets meer voor eigen risicodragers

De minister stelt voor dat het UWV de eigen risicodragers niet meer toetst op de re-integratieverplichtingen. Zij, en de eventuele verzekeraar, hebben voldoende prikkels om instroom in de WGA te voorkomen. De verzekeraar zal de werkgever ondersteunen in de re-integratie. Daarmee kan het UWV voor deze werkgevers geen loonsanctie meer opleggen.

Publiek verzekerden

Bent u verzekerd bij het UWV, dan blijft de toetsende rol van het UWV bestaan. Want hier kijkt geen verzekeraar mee na de loonbetalingsperiode van twee jaar. Er bestaat echter veel onduidelijkheid bij werkgevers over de beoordeling van de inzet van het tweede spoor. Daarom stelt de minister voor dat werkgevers, rond de eerstejaarsevaluatie, het UWV (tegen betaling) advies kan vragen over de inzet van het tweede spoor. Als u dit advies opvolgt en de re-integratie verloopt volgens het advies, dan kan het UWV geen loonsanctie meer opleggen.

Hierdoor kan worden voorkomen dat werkgevers een tweede spoor inzetten, louter om een loonsanctie te voorkomen. Beperkte kansen op de arbeidsmarkt zijn echter geen reden om van inzet van re-integratie tweede spoor af te zien. Maar als een medewerker bijvoorbeeld als gevolg van ziekte laat kan starten met re-integratie in het eerste spoor, dan is het redelijk dat de medewerker zich eerst kan en mag bewijzen in het eerste spoor. Dit alles zal door het ministerie met UWV de komende tijd verder worden uitgewerkt.

re-integratie Tweede spoor zinvol?

Om te onderzoeken of de inzet van een tweede spoor zinvol is, adviseren wij in een aantal situaties een haalbaarheidsonderzoek in te zetten. Heeft een arbeidsdeskundige ernstige beperkingen bij een medewerker vastgesteld? Dan is het belangrijk erachter te komen of uw werknemer bemiddelbaar is of bemiddelbaar kan worden gemaakt. Het onderscheidende haalbaarheidsonderzoek van RondomWerk brengt alle kansen op een respectvolle manier in kaart.

Na het inventariseren van de kwaliteiten, werkervaring en functionele mogelijkheden van de medewerker, onderzoekt de arbeidsdeskundige van RondomWerk vervolgens de externe functies met een functieselectieprogramma. Met als doel om te bezien of er, ondanks de beperkte mogelijkheden, toch een perspectief bestaat om de medewerker bemiddelbaar te maken. En natuurlijk denken onze werkadviseur en arbeidsdeskundige met u mee in het vervolgadvies.

Verdient uw organisatie ook de aanpak van RondomWerk?

Kunnen wij U ergens mee helpen?

Wij helpen u graag verder als u vragen heeft of een afspraak wilt inplannen met een van onze collega's. 085 - 040 25 99

- Eveline Couwenberg, registercasemanager / loopbaancoach